De tijd is vol
2 Kor. 4: 18
2 minuten

Veel mensen hebben volle agenda’s en beleven drukke tijden. Daar lijken veel mensen onder te lijden. Soms ook onder het ‘heilige moeten’. Het gevoel dat je veel moet en dat het ook nog perfect moet. ‘Ik heb geen tijd’ is een veelgehoorde uitdrukking. Dit gegeven is overigens niet alleen iets van de laatste tijd. Iedereen kent wel de oud-Hollandse uitdrukking: ‘de tijd gaat snel, gebruikt haar wel.’ 

Soms lijkt de tijd ons ook door de vingers te glippen. Wat doet dat met ons? Het maakt ons vaak onrustig. We bezigen nog wel de uitdrukking: ‘De tijd zal het leren’, maar eigenlijk kunnen we er niet op wachten. 

De tijd is zwanger van Gods grote daden.
2 Kor. 4: 18

Daarmee kom ik precies op het punt waar ik het over wil hebben. Hoe beleven we onze tijd? Zal ik eens wat uitersten noemen? Ik ontmoet mensen met indrukwekkende agenda’s, volgeschreven met afspraken en ‘to-do-lijstjes’. Mensen voor wie de tijd alleen maar een last is. Het zijn minuten, uren, dagen en weken die een beslag leggen op je en die vooral als een last worden ervaren. De tijd heb je nodig om iets te bereiken, het is niet iets om van te genieten. Het leven is over-georganiseerd. Het gevolg is dat je moe wordt en buiten adem raakt. Op het andere uiterste bevinden zich de mensen die wel een agendaatje (in hun telefoon) hebben maar daar ongeveer niets in schrijven en die het al helemaal niet nodig vinden om regelmatig hun agenda te raadplegen. ‘Het zal hun tijd wel duren.’ Maar ondertussen wordt er veel tijd verspild. De tijd glipt tussen de vingers door. 

Het evangelie spreekt over de ‘volheid van de tijd’. Wat we zoeken ís er al. Thomas Merton schreef: ‘De Bijbel is gericht op tijd die vol is, tijd waarin iets te gebeuren staat, tijd waarin iets te voelen en te beleven valt, tijd voor de oogst of voor het vieren van de oogst.’ Tijd  niet als een reeks van losse gebeurtenissen, van toevalligheden die goed of slecht uitpakken, maar zie je ook de boetserende handen van God die mensen helpen met vormen, groeien en rijpen. 

Henri Nouwen schrijft in een van zijn boeken dat wij tijd van chronos, klok-tijd, moeten maken tot kairos. Het woord kairos duidt de kans of de goede gelegenheid aan, het moment dat zijn vervulling nadert. Als we tijd beschouwen als kairos zeggen we, ook al blijft ons leven lastig en vol moeilijke ogenblikken: ‘Er is onder dit alles iets goeds aan de gang.’ We bespeuren iets van Gods bedoelingen in onze tijd. Tijd is het terrein waarop God met ons aan het werk is, niet iets waar we ons maar goedschiks of kwaadschiks doorheen moeten worstelen. Bij alles wat gebeurt kunnen we kijken met de vraag: ‘Wat zou God hier aan het doen zijn?’ 

God is bezig is met het vervullen van zijn beloften. Als je tijd als kairos ziet, kun je geduldig geloven. Met dat geduldige geloof kun je alle dagelijkse gebeurtenissen, verwachte en onverwachte, duiden als dragers van een belofte. 

De tijd zal het leren? Jazeker! Omdat de tijd drager is van vele beloften. De tijd is zwanger van Gods grote daden. Daarom zijn wij vol goede moed, om met Paulus te spreken, ‘daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig’ (2 Kor. 4:18). Dáártoe maakt God ons bereid. 

En in de tussentijd geeft Hij ons zijn Geest als onderpand. 

Daarom zijn wij vol goede moed en stellen wij er een eer in Hem welgevallig te zijn (2 Kor. 5:9). 

Bonhoeffer zei het zo: ‘De werkelijke tijdgeest is de Heilige Geest.’ 

Els van Dijk

1 jaar geleden

2 Kor. 4: 18

Wij richten ons niet op de zichtbare dingen maar op de onzichtbare, want de zichtbare dingen zijn tijdelijk, de onzichtbare eeuwig.