Els van Dijk
11 maanden geleden
Op mijn studeerkamer ligt een doosje met coachingskaartjes. ‘EigenWijsjes’ staat erop. Dat wordt meteen duidelijk als je de kaartjes bekijkt: ‘Ik kom voor mezelf op! Ik mag boos zijn! Ik kies zelf hoe ik reageer op een situatie! Ik ben mijn eigen beste vriend(in)!’Inderdaad, heel eigenwijs! Het gaat niet om hoe je jezelf inzet voor een ander, maar de toonzetting van alle kaartjes is: het gaat om mij! Ik ben zelf het criterium van mijn handelen en denken.
Dat is natuurlijk heel eigentijds. We zijn er zelfs toe in staat om het heel vroom te verpakken. Bijvoorbeeld door de vragen die we stellen rond geestelijke zaken. De vragen waarmee we eigenlijk onze eigenwijsheid dienen. De vragen waarmee we denken Gods grootheid en zijn wijsheid in ons beperkte mensenverstand te proppen. De vragen waar dezelfde zonde onder zit als waarmee alle zonde begon: als God willen zijn. Vragen als: ‘Waarom moest Abram nu die tocht met Isaak maken in de veronderstelling dat hij hem moest opofferen terwijl God toch wel wist dat boven op de berg in het struikgewas zich een ram zou bevinden? Zijn nu echt alle haren op je hoofd geteld? En wat dan als je er stiekem één uittrekt?
Wat kunnen mensen onzinnige vragen stellen. Vragen om je eigen gelijk te halen, vragen om een bewijs te leveren van je intellectuele vermogens. Vragen die in plaats van wijsheid, toonbeeld van dwaasheid zijn. Maarten Luther had een wijs antwoord als lastige catechisanten hem vroegen wat God vóór de schepping deed. Hij zei dan: ‘Roeden snijden voor hen die zulke dwaze vragen stellen!’
Natuurlijk mag je allerlei vragen hebben. Maar dan vragen die gaan over Gods werk in een mensenleven, oftewel, de vraag naar wat God gedaan heeft aan je ziel. Als we antwoorden op die vragen bij elkaar uitluisteren, stimuleert dat ongetwijfeld de verbondenheid tussen kinderen van de Vader. Natuurlijk, dan zingt iedereen wel zijn eigen wijsje, want elk vogeltje zingt nu eenmaal zoals het gebekt is, maar het zou uiteindelijk kunnen uitlopen op een krachtig en machtig meerstemmig loflied. Tenslotte zijn we daarvoor geschapen.
Gen. 28: 15
Ikzelf sta je terzijde, Ik zal je overal beschermen, waar je ook heen gaat, en Ik zal je naar dit land terugbrengen; I zal je niet alleen laten tot Ik gedaan heb wat Ik je heb beloofd..
Deutr. 4:7
Want welk volk, hoe groot ook, heeft goden zo dichtbij als wij de HEER, onze God, telkens als wij Hem om hulp roepen?