Mark en Julia de Jager
3 jaar geleden
Deze weken staan de vensterbanken van ons huis vol met kleine potjes. Het is namelijk weer lente, en achter het raam is het warm genoeg om moestuinzaadjes te laten ontkiemen. Hoewel ik elk jaar weer dezelfde stappen volg, merk ik ook elk jaar dat ik er bijzonder slecht ben om mijn plantjes tijd te gunnen. Een paar dagen na het zaaien sta ik al voorzichtig in de potgrond te wroeten: zullen ze verschimmeld zijn, verrot misschien? Ik wéét wel dat het een paar weken kan duren, maar er kan toch wel alvast ééntje wat eerder boven komen?! Gewoon, zodat ik even zeker weet dat alles goed gaat.
Als Jezus zijn sterven en opstanding beschrijft, vergelijkt Hij zichzelf met een zaadje in de grond:
Werkelijk, Ik verzeker u, als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft brengt hij veel vruchten voort. (Johannes 12:24)
Vroeger dacht ik dat dit beeld vooral ging over sterven en opstanding. Maar door mijn moestuinplantjes besef ik, er zit meer in dit beeld: Jezus wijst ook op wat geduld is. Dat het soms lang kan duren voordat je groei ziet, omdat God iets in het geheim – onder de grond – laat groeien.
Dat geldt voor het leven na de dood, maar ook voor het geloof. Als er nooit eens een gebed verhoord lijkt te worden, als het voelt alsof ik de grip op mijn leven kwijt raak, of als het gewoon allemaal zwaar voelt en ik ernaar smacht dat de figuurlijke lente weer doorbreekt, dan zitten de zaadjes als het ware onder de grond. Juist op die momenten, wijst Jezus op zijn weg door de dood heen. Wat Hij in het groot heeft gedaan, als een graankorrel sterven en vrucht dragen op Gods tijd, dat wil God ook voor mijn geloof doen.
En net als bij mijn moestuin is het dan knap lastig om te moeten wachten, maar uiteindelijk moet ik het toch echt overlaten aan God om dat wat verstopt zit weer te laten ontkiemen.
Zo is mijn moestuin een klein oefenplekje voor mijn geloof. Bij elk zaadje dat ik plant, moet ik iets overgeven aan God. Ik kan het niet zelf laten groeien. Geduld heeft niet alleen maar te maken met stil zitten en wachten, het is een daad van actieve overgave. Gods tijd is niet mijn tijd. En ik moet leren te vertrouwen dat Gods planning altijd goed is, ondanks dat ik die planning niet vooraf weet. En met het vertrouwen dat Gods planning goed is, komt het geduld misschien wel vanzelf.