Els van Dijk
5 maanden geleden
‘Ik heb een heel zwáár leven! Moeilijk, moeilijk, moeilijk….’ Als ik dit zinnetje wat kreunend uitspreek, grinniken de meeste mensen die het horen. Kennelijk is dit liedje van een cabaretier zó bekend, dat het feest van herkenning meteen optreedt.
In een ander liedje met oplopende, tragische levensperikelen van midlife crisis tot het levenseinde, klinkt telkens weer het refrein: ‘Het komt allemaal, allemaal, allemaal, heus wel weer goed.’ En de zaal waar dit gezongen wordt zingt vrolijk en massaal mee. Is dat hoopvol leven? Altijd maar optimistisch blijven? Het glas is halfvol?
Met positief denken je negatieve gedachten ombuigen in positieve?
Dat is toch een afschuwelijk lege boodschap?
Henri Nouwen zei al dat veel mensen lijden vanwege de verkeerde veronderstelling waarop zij hun leven baseren. Namelijk dat er geen angst of eenzaamheid zou moeten zijn. Geen verwarring of twijfel. Maar het is heilloos mensen de illusie van onsterfelijkheid en heelheid voor te houden. We zijn immers sterfelijke mensen die leven in een gebroken wereld en we zien dat elke dag om ons heen en in ons eigen leven.
Paulus maakt in zowel Romeinen 5 als in Romeinen 15 duidelijk dat hoopvol leven door de verdrukking en de volharding heen ontstaat. Hij plaatst de hoop steevast in de context van de gebrokenheid van dit leven die je bij de keel kan grijpen. Dat is doorlééfde hoop. Niet je afsluiten van de negatieve aspecten van het leven, maar er doorheen kruipen om vervolgens uit te komen bij de vaste rots van je behoud, bij de hoop op de heerlijkheid van God. ‘Hoop’ is dus niet los verkrijgbaar. Paulus noemt God de God van de volharding én van de vertroosting om vervolgens uit te komen bij de God van de hoop die je wil vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, zodat je ook zelf overvloedig zult zijn in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest. En juist dát is de uitnodiging aan het adres van ons allen: wil je een hoopbrenger zijn in deze gebroken wereld?
De Tsjech Václav Havel schreef dit over hoop:
Diep in onszelf dragen we hoop: als dat niet het geval is, is er geen hoop.
Hoop is de kwaliteit van de ziel en hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt.
Hoop is niet te voorspellen of vooruit te zien. Het is een gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart, voorbij de horizon verankerd.
Hoop in deze diepe krachtige betekenis is niet hetzelfde als vreugde omdat alles goed gaat, of bereidheid je in te zetten voor wat succes heeft.
Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet alleen omdat het kans van slagen heeft.
Hoop is niet hetzelfde als optimisme, evenmin overtuiging dat iets goed zal aflopen. Wel de zekerheid dat iets zinvol is, afgezien van de afloop, het resultaat.