Van een kleine vonk komt vaak een groot vuur
2 minuten

In de Bijbel komen we veel vuurwerk tegen. We zien letterlijk vuur, bijvoorbeeld als voor de maaltijd gevangen vis geroosterd wordt waarbij Jezus indringende vragen stelt, zoals: ‘Simon, zoon van Johannes, heb jij Mij werkelijk lief?’ En wie zien ook vuur dat staat voor de aanwezigheid en werkelijkheid van God, zoals bij Elia: ‘De  God die met vuur zal antwoorden, die zal God zijn…’ 

Maar misschien nog wel vaker zien we het symbolische gebruik van vuur. Vuur dat reinigt, vuur dat puur maakt, zoals goud dat door vuur vloeibaar wordt en gereinigd wordt van alle viezigheid. En in moeilijke omstandigheden zingen we het overtuigend uit: ‘Dwars door het vuur, maakt U mij rein en puur!’ Aan vuur kun je je branden en je kunt erdoor gereinigd worden. Vuur kan in ons blijven branden om ons puur te houden. 

‘Dwars door het vuur, maakt U mij rein en puur!’

Vuur is ook een prachtig symbool voor de Heilige Geest. Johannes de Doper spreekt er al in Mattheüs 3 over als hij zegt dat hij wel met water doopt maar dat die na hem komt zal dopen met de Heilige Geest en met vuur. En dat zet ons meteen op het spoor van de verrassende werking van de Geest van God. Want let maar op! De discipelen (en met hen zovele anderen) hadden hun eigen serieuze ideeën over Jezus. Hij als Koning van Israël en zij misschien wel naast Hem op het pluche. Maar ach, hoe anders verliep het. De Verlosser hangt aan het kruis en de Geest prikt beelden van mensen door. In het boek Handelingen zie je dat de Geest ‘ketterse’ Samaritanen aanraakt en vervolgens daalt Hij neer op iemand die seksueel afwijkend is en er niet helemaal bij hoorde (een eunuch). Daarna is de agressieve christenvervolger Saulus aan de beurt en een leerlooier die ook niet deugde en in Joodse ogen onrein was omdat hij met dode dieren werkte. Om maar eens wat te noemen. 

De Heilige Geest doorbreekt vastgevroren patronen, smelt verkilde harten en spoort aan, vuurt aan, waar dat nodig is. Je kunt je wel eens leeg, opgedroogd, mislukt, genegeerd, opgebrand voelen. Je kunt je zwak en onbetekenend voelen. Maar toch is er Gods vuur, Gods kracht, Gods majesteit. 

Je hebt een opdracht. Je kunt je ertegen verzetten, het niet zien zitten. Je te zwak en onbetekenend voelen. Maar God blijft aandringen. Hij belooft: Ik zal bij je zijn. Ik ben die Ik ben. Ik ben erbij. 

Dat is voldoende. Midden in je zwakheid en innerlijke leegte mag je iets groots doen. Niet omdat je er zelf de kracht voor hebt, maar omdat God met je is, en omdat Gods vuur ook in jou wil branden. 

Omdat Gods kracht in jou is en omdat God jou tot iets (groots!?) in staat acht, kan er van jou ondanks je eigen zwakheid iets groots uitgaan. Van een kleine vonk komt vaak een groot vuur. 

Els van Dijk

10 maanden geleden

-