Verzoeking
Lezen: Lukas 3:21- 4:13
2 minuten

Uiterst merkwaardig bijbelgedeelte dit. Jezus ziet scheel van de honger en wordt verleid brood te voorschijn te toveren. Is dit echt? Of speelt het zich af in Jezus’ hoofd? Alsof het dan niet echt zou zijn… Jezus houdt stand: ‘Niet bij brood alleen, maar bij alle woorden van God.’ Daarna vraagt de duivel als’ heerser der wereld’ een knieval. ‘Gij zult de Heer, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.‘ De duivel wil hem tenslotte verleiden God op de proef te stellen, maar Jezus weigert. Waar draait het om? Om gehoorzaamheid aan God. Om overgave. Wie alleen dit stuk leest leert geloven zien als een krachttoer. Als je het gedeelte hieraan vooraf ook leest krijg je een ander inzicht.

Geloven is niet jouw krachttoer. Geloof word je gegeven
Lezen: Lukas 3:21- 4:13

En het gebeurde, toen al het volk gedoopt werd, en Jezus ook gedoopt was, en bad, dat de hemel open ging. En dat de Heilige Geest op Hem nederdaalde, in de gedaante van een duif; en dat er een stem uit de hemel zei: ‘Je bent mijn geliefd kind, in jou heb Ik mijn welbehagen!’ Jezus doet het als het ware voor. Jij, zijn volgeling, bent Gods geliefd kind. Toen je uit het water kwam was je een nieuwe schepping, zo ziet God je nu. Hij kijkt met welbehagen naar je, houdt van je zoals een vader of moeder van een kind. Maar hij pampert je niet. Dat blijkt wel uit wat daarna komt.

Als het leven weerbarstig is of wordt blijkt uit welk hout je gesneden bent. Het gaat zowel om het leven zelf (brood) als om geloofsgehoorzaamheid. Die zaken zijn niet gemakkelijk te scheiden. Ik verwonder me ook over het feit dat ik toch nog geloof. Een kind verloren, diepe rouw, een burn-out, werk kwijt, hartinfarct, het is nogal wat. Door dat alles heen weet ik me toch Gods geliefd kind.

Nu kun je tegenwerpen dat wij Jezus niet zijn. Dat is waar. Maar God ziet dat anders. Jezus heeft met ons van plaats geruild. Daarom mag je jezelf Gods kind noemen. Zowel in een tijd van zegeningen als van beproevingen. Daar gaat ongekende kracht van uit. Geloven is niet jouw krachttoer. Geloof word je gegeven. Toen Jezus oprees uit het water daalde Geest op hem neer. Zo ben jij ook vervuld met de Geest. Het komt allemaal van God. Hij staat aan het begin, is er onderweg. En aan het einde.

Johan Timmer

1 maand geleden

Lukas 3: 21 - 4:13

Heel het volk liet zich dopen, en toen ook Jezus was gedoopt en Hij aan het bidden was, werd de hemel geopend 22en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op Hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in Jou vind Ik vreugde.’ 23Jezus begon zijn werk toen Hij ongeveer dertig jaar was. Hij was, zoals algemeen werd aangenomen, de zoon van Jozef, die een zoon was van Eli, 24de zoon van Mattat, de zoon van Levi, de zoon van Melchi, de zoon van Jannai, de zoon van Josef, 25de zoon van Mattatias, de zoon van Amos, de zoon van Naüm, de zoon van Hesli, de zoon van Naggai, 26de zoon van Maät, de zoon van Mattatias, de zoon van Semeïn, de zoon van Josech, de zoon van Joda, 27de zoon van Joanan, de zoon van Resa, de zoon van Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, de zoon van Neri, 28de zoon van Melchi, de zoon van Addi, de zoon van Kosam, de zoon van Elmadan, de zoon van Er, 29de zoon van Jozua, de zoon van Eliëzer, de zoon van Jorim, de zoon van Mattat, de zoon van Levi, 30de zoon van Simeon, de zoon van Juda, de zoon van Josef, de zoon van Jonan, de zoon van Eljakim, 31de zoon van Melea, de zoon van Menna, de zoon van Mattatta, de zoon van Natan, de zoon van David, 32de zoon van Isaï, de zoon van Obed, de zoon van Boaz, de zoon van Selach, de zoon van Nachson, 33de zoon van Amminadab, de zoon van Admin, de zoon van Arni, de zoon van Chesron, de zoon van Peres, de zoon van Juda, 34de zoon van Jakob, de zoon van Isaak, de zoon van Abraham, de zoon van Terach, de zoon van Nachor, 35de zoon van Serug, de zoon van Reü, de zoon van Peleg, de zoon van Eber, de zoon van Selach, 36de zoon van Kenan, de zoon van Arpachsad, de zoon van Sem, de zoon van Noach, de zoon van Lamech, 37de zoon van Metuselach, de zoon van Henoch, de zoon van Jered, de zoon van Mahalalel, de zoon van Kenan, 38de zoon van Enos, de zoon van Set, de zoon van Adam, de zoon van God. 1Vervuld van de heilige Geest trok Jezus weg van de Jordaan. Hij werd door de Geest naar de woestijn geleid, 2waar Hij veertig dagen bleef en door de duivel op de proef gesteld werd. Al die tijd at Hij niets, en toen de veertig dagen verstreken waren, had Hij grote honger. 3De duivel zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, beveel die steen dan in een brood te veranderen.’ 4Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen.”’ 5Toen bracht de duivel Hem naar een hooggelegen plaats en liet Hem in één ogenblik alle koninkrijken van de wereld zien. 6De duivel zei tegen Hem: ‘Ik geef U de macht over dat alles en ook de roem die ermee gepaard gaat, want ik kan daarover beschikken en ik geef het aan wie ik wil; 7als U in aanbidding voor mij neervalt, zal dat allemaal van U zijn.’ 8Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen Hem.”’ 9De duivel bracht Jezus naar Jeruzalem, zette Hem op het hoogste punt van de tempel en zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. 10Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal Hij opdracht geven om over U te waken.” 11En ook: “Op hun handen zullen zij U dragen, zodat U uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ 12Maar Jezus antwoordde: ‘Er is gezegd: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’ 13Toen de duivel Jezus aan al deze beproevingen had onderworpen, ging hij voor een tijd bij Hem vandaan.